Search

Jackrussellterriër

Jackrussellterriër in het kort
* Kleine hond
* Erg energiek en lenig
* Intelligent
* Heeft veel beweging en afleiding nodig

De Jackrussellterriër is een kleine terriërsoort, hij heeft een schouderhoogte tussen de 25 en 38cm en weegt tussen de 6 en 8 kilo. Ondanks zijn kleine grootte is het een goed gebouwde, lenige en sterke hond met een hoog energiegehalte. Daarnaast is de Jackrusselterriër ook nog eens erg intelligent met een eigen wil, deze combinatie van kenmerken zorgt ervoor dat dit hondenras voldoende afleiding moet krijgen, anders kan hij humeurig worden en spullen gaan afbreken. Het is dus belangrijk dat de hond voldoende beweging en afleiding krijgt, als schoothond is dit hondenras minder geschikt.
Belangrijk is dat de Jackrusselterriër een goede socialisatie krijgt, van jongs af aan, anders is er de kans dat de hond agressief wordt tegen vreemden en andere huisdieren. Ook is het aan te raden om met de hond een gehoorzaamheidscursus te volgen.

Uiterlijk Jackrusselterriër
Zoals aangegeven is de Jackrusselterriër een klein hondenras. Over het algemeen heeft hij een witte vacht met zwarte en bruine vlekken, de vacht kan zowel glad als ruw zijn. De Jackrusselterriër heeft kleine, hangende oren en een relatief korte ‘opstaande’ staart. De Jackrusselterriër heeft een gestroomlijnd lijf met een kleine borstkas, hij moest namelijk vroeger in vossenholen kunnen kruipen.

Oorsprong Jackrusselterriër
De Jackrusselterriër heeft veel overeenkomsten met andere kleine terriërs waar hij dan ook een nauwe verwantschap mee heeft. De Jackrusselterriër is voor het eerst gefokt door de Engelse dominee John `Jack` Russel. Hij was onder andere jurylid bij hondenshows en hielp met het schrijven van de rasstandaard voor de Foxterriër. Daarnaast was deze dominee ook een liefhebber van de jacht en hij fokte hiervoor een hond met de ideale kenmerken:
De vacht was overwegend wit – om een goed onderscheid te maken tussen de hond en de prooi – en de hond had voldoende energie om achter vossen en andere dieren aan te gaan en was daarnaast ook nog eens klein en dapper genoeg om in vossengangen te kruipen om de vos er weer uit te jagen.

De oermoeder van de Jackrusselterriër was een kleine wit met bruine terriër die John Russel in 1819 kocht. Zelf zag de dominee het nooit echt als een hondenras, hij kocht en fokte met diverse terriërs om zo tot een type hond te komen welke geschikt was voor de jacht. Hij toonde zijn eigen honden dan ook niet op shows. Vandaag de dag hanteren diverse Jackrussel clubs deze werkwijze, de hond heeft een aantal karakteristieke eigenschappen waarmee het een echte werkhond blijft.

Foto van de Jackrusselterriër: FreeImages.com/Ben Stoate

Related posts

Reageer nu op dit bericht

Dank voor je reactie!